ERMELO (SRP) – Op 22 en 23 december werd op een flink aantal stallen in het noorden van Limburg en het oosten van Brabant en op enkele stallen rond Utrecht, influenza gemeld. Hierop is aan dierenartsen en paardenhouders een aantal maatregelen geadviseerd om te voorkomen dat de influenza zich verder zou uitbreiden. In de dagen daarna lijkt het rustiger geworden.

Rond de Kerstdagen en afgelopen weekend waren er weinig nieuwe meldingen. Dit kan er op wijzen dat er inderdaad weinig of geen nieuwe gevallen optraden, of dat men er niet openlijk voor uitkomt.

Dat de influenza uitbraak zich mogelijk niet verder uitbreid kan te danken zijn aan de volgende zaken:

  • Er is veel gevaccineerd op nog niet besmette bedrijven
  • Eigenaren en verzorgers zijn attent op de eerste symptomen van influenza, zoals sloom zijn en niet eten en soms dikke benen en nemen direct maatregelen zoals het isoleren van paarden en/of sluiten van bedrijven
  • Ruiters en rijders gaan wel op pad met hun paarden maar zijn voorzichtig en ‘houden afstand’ van vreemde paarden
  • Enkele dierenartsen, die uitbraken bij hun klanten op de voet volgden, meldden dat paarden die korter dan 6 maanden geleden waren gevaccineerd weinig of geen symptomen lieten zien. Een andere dierenarts zag wél ernstige symptomen bij een volledig volgens FEI-norm gevaccineerde paard.

    De volgende maatregelen worden geadviseerd om influenza te beperken:

  • Een keer extra vaccineren bij paarden die langer dan 6 maanden geleden zijn gevaccineerd, is verstandig mits er op het betreffende bedrijf nog geen problemen zijn
  • Als symptomen van griep worden gezien is direct tweemaal daags alle paarden op het bedrijf temperaturen erg verstandig. Hoesten en een snotneus volgen vervolgens vaak binnen één of enkele dagen
  • Bij verdenking kan een neusswab ingestuurd worden voor een onderzoek op influenza om de diagnose te bevestigen
  • Onderlinge wedstrijden waar alleen paarden van het eigen bedrijf komen, zijn natuurlijk geen probleem, maar op wedstrijden waar veel paarden bij elkaar komen is het wel oppassen geblazen. Liefst het paard niet op stal zetten in een vreemde stal, maar na het rijden direct terug op de trailer zetten en naar huis brengen
  • Laten we nu hopen dat de influenza zich inderdaad niet verder zal uitbreiden.

    Bovenstaande informatie is afkomstig van de Faculteit Diergeneeskunde te Utrecht en de Gezondheidsdienst voor Dieren te Deventer.

    Voor meer informatie wordt verwezen naar: “Influenza in Nederland – overzicht d.d. 22 december 2018” en “Veel voorkomende vragen over influenza d.d. 31 december 2018”.

    We hebben wel een paar paarden met koorts gehad, maar uit de neusswabs is geen influenza gekomen. Wat nu?
    Neusswabs die positief zijn op influenza vormen het bewijs dat er sprake is van influenza bij het bemonsterde paard(en). Een negatieve uitslag maakt het veel minder waarschijnlijk dat er sprake is van influenza, maar sluit het niet uit. Als er meer paarden koorts gaan vertonen is het raadzaam opnieuw neusswabs in te (laten) sturen.

    We hebben inderdaad influenza op stal gehad. Veel paarden toonden maar weinig symptomen maar enkele zijn echt erg ziek geweest, meerdere dagen > 39,5 oC koorts, niet eten, een snotneus en erg hoesten. Nu lijken de paarden wel weer wat beter, maar hoe lang moeten we ze nu rust geven?
    Een dierenarts kan na zorgvuldig lichamelijk onderzoek iets meer zeggen over de toestand van het respiratie-apparaat van een paard, maar als algemene regel kan worden aangehouden één week rust voor iedere dag hoge koorts. Een paard mag niet aan het werk (anders dan afstappen of even rustig bewegen aan de longe) voordat de temperatuur al minstens een week normaal is en de snotneus en het hoesten volledig verdwenen zijn. De rustperiode na een ernstige influenza moet doorgaans zeker 4 tot 8 weken bedragen. Het slijmvlies van de luchtwegen heeft namelijk echt veel tijd nodig om goed te genezen en dat moet omdat er anders restverschijnselen zoals chronisch hoesten en minder presteren over kunnen blijven.

    We hebben influenza op stal gehad, hoe lang moeten we ‘dicht’ blijven?
    Het is verstandig om nog twee weken dicht te blijven na de dag waarop alle paarden koortsvrij waren. Zoals eerder beschreven hebben echt zieke paarden vaak veel langer nodig om volledig te herstellen.

    Hebben paarden met influenza altijd ook antibiotica nodig?
    In Nederland proberen we antibiotica alleen in te zetten als dat echt nodig is. Uw dierenarts kan na een lichamelijk onderzoek van uw paard hier een goed onderbouwd advies over geven. In het algemeen geldt dat als een paard na de eerste 3 à 5 dagen met hoge temperaturen (vaak worden er twee temperatuurpieken gezien) nog langer temperatuur houdt tussen de 38,5 oC en de 39,5 oC dat er sprake is van een secundaire bacteriële infectie. Als dit het geval is zal de dierenarts een antibioticumkuur adviseren.
    In eerste instantie zal een paard met influenza doorgaans worden behandeld met koortsremmers en clenbuterol of vergelijkbare producten.

    Is een keer extra vaccineren verstandig?
    In Nederland krijgen veel veulens vanaf een leeftijd van zes maanden een basisvaccinatie van slechts twee keer, in plaats van een basisvaccinatie die uit 3 vaccinaties bestaat (zoals de FEI wel eist). Vervolgens worden de paarden slechts eenmaal per jaar opnieuw gevaccineerd.
    De FEI eist dat een paard dat wedstrijden loopt na de drie basis-vaccinaties daarna twee vaccinaties per jaar moet hebben. Bij een verhoogd infectierisico verdient het aanbeveling om alle paarden die langer dan zes maanden geleden gevaccineerd zijn opnieuw te vaccineren. Hierbij wordt vaccineren op bedrijven waar al influenza heerst afgeraden.
    Het is verder belangrijk om bij deze overwegingen alle paarden op een bedrijf te betrekken en niet alleen de wedstrijdpaarden. Immers ongevaccineerde dieren kunnen als ze influenza krijgen zoveel virus uitscheiden dat ook goed gevaccineerde paarden ziek zullen worden (vaak wel minder ernstig).

    Hoe maak ik een box of een trailer schoon waar een paard met influenza in heeft gestaan?
    Eerste alle bodembedekking, stof en spinnenwebben verwijderen. Vervolgens echt de hele box, de wanden (als dat tralies zijn moeten de boxen van de buurpaarden ook worden schoongemaakt) en het plafond goed schoonmaken met water, zeep en een luiwagen (borstel op een steel). Dan het plafond, de muren en de vloer goed afspoelen met water, net zo lang tot alles echt schoon is. Geen hoge drukspuit gebruiken, tenzij een hele stal leeg staat en er geen paarden in de buurt staan. De kleine druppeltjes van een hoge drukspuit zijn namelijk heel goed in staat om virussen, zoals het influenza virus te verspreiden.
    Vervolgens de box laten drogen en dan ontsmetten met een ontsmettingsmiddel dat geschikt is voor virussen zoals Halamid®. Dat goed laten inwerken (zie bijsluiter) en vervolgens weer goed afspoelen.
    Het huishoudelijk schoonmaken is veel belangrijker dan het ontsmetten. Ontsmettingsmiddelen worden al snel onwerkzaam als ze in contact komen met mest of stof.

    Bovenstaande antwoorden zijn afkomstig van Prof.dr. Marianne Sloet van Oldruitenborgh-Oosterbaan – Faculteit Diergeneeskunde, Utrecht en Dr. Kees van Maanen – Gezondheidsdienst voor Dieren te Deventer

    In 2002 zijn de Nederlandse paardendierenartsen begonnen met het maken van Leidraden. De definitie luidde: “Een Leidraad is een hulpmiddel dat de erkende paardendierenarts ondersteunt bij het systematisch onderzoeken en behandelen van een patiënt en het adviseren van de eigenaar.” Intussen is er in Nederland in de erkenningen en certificering nogal wat veranderd, maar de Leidraden hebben hun nut zeker bewezen. Op veler verzoek nu een Leidraad over droes.

    Leidraad droes – Dier&Arts december 2018

    Inleiding
    Influenza is een zeer besmettelijke griep die wordt veroorzaakt door een influenzavirus. Er zijn zeer veel soorten influenzavirussen en veel diersoorten hebben een of meer eigen influenzasoorten. Zo is dat ook bij paarden en ezels.
    Gelukkig geven paardeninfluenzavirussen geen ziekte bij mensen.
    Influenza bij paarden is een ziekte die net als rhinopneumonie in Nederland niet meldingsplichtig is.
    Influenza komt al heel lang voor en is al bij paarden ruim 400 jaar voor Christus beschreven in Griekenland. Voordat vaccinatie was uitgevonden leidde een uitbraak ook in de Westerse wereld tot grote ontwrichting van de maatschappij, want er was geen vervoer meer. Heden ten dage leidt influenza wereldwijd jaarlijks nog steeds tot grote verliezen in de paardenhouderij. Dit is niet zozeer omdat er veel paarden er aan dood gaan, maar vooral omdat paarden weken en soms maanden lang niet gebruikt kunnen worden.

    Voorkomen in de wereld
    Paardeninfluenza komt overal ter wereld voor behalve in Australië, Nieuw Zeeland en IJsland. Wel is er in 2007 een grote uitbraak in Australië geweest, maar die is met veel moeite en hoge kosten (1 biljoen Australische dollars) bestreden en Australië wordt nu weer geacht vrij te zijn.

    Situatie in Nederland
    In Nederland wordt er veel gevaccineerd voor influenza. We schatten dat ongeveer 60% van de in Nederland levende paarden en pony’s wel eenmaal per jaar wordt gevaccineerd, maar er zijn geen officiële cijfers.
    Er zijn ook in Nederland soms wel (meestal kleine) uitbraken, maar dit is vaak op bedrijven waar niet of onvoldoende wordt gevaccineerd of op bedrijven waar een deel van de paarden/pony’s niet is gevaccineerd. Als een gevaccineerd paard aan grote hoeveelheden virus wordt blootgesteld, omdat een niet gevaccineerd paard erg ziek is en heel veel virus uitscheidt, dan kan ook een gevaccineerd paard ziek worden. De kans hierop is groter als de vaccinatie bij de gevaccineerde paarden al langer dan 6-8 maanden geleden is. De hoeveelheid antistoffen wordt namelijk in de loop van 6-9 maanden na de vaccinatie duidelijk minder. Ook kan een gevaccineerd paard de infectie oppikken, het virus in zijn neusslijmvlies gaan vermeerderen en vervolgens virus gaan uitscheiden zonder zelf echt ziek te worden of zelfs maar koorts te krijgen of te gaan hoesten. Deze laatste groep paarden is het ‘gevaarlijkste’ want deze paarden of pony’s lijken niet ziek en kunnen de infectie dus meenemen naar een andere stal of een wedstrijd. Daarom moeten ook op het oog gezonde paarden van een bedrijf waar influenza voorkomt niet naar andere bedrijven of naar wedstrijden gaan.

    Verspreiding
    Influenza kan zeer snel spreiden omdat de incubatietijd heel kort is (1-3 dagen) en omdat paarden het virus al kunnen gaan uitscheiden als ze net koorts krijgen en vaak verder nog weinig klinische symptomen vertonen. Paarden kunnen het virus via hoesten en neuscontact aan elkaar doorgeven, maar dat kan ook via voerbakken, waterbakken en handen en kleren van de verzorgers. Paarden onder stress, veel dieren in een kleine ruimte en vervoer over lange afstanden, zullen de ziekte gemakkelijker krijgen en verspreiden. Influenza spreidt gemakkelijker dan bijvoorbeeld rhinopneumonie, met name omdat het influenza virus zich via de lucht over tientallen meters kan verspreiden

    Symptomen van influenza
    De symptomen van influenza zullen bij paarden en pony’s die nog nooit gevaccineerd zijn veel erger zijn dan bij paarden die jaarlijks of tweemaal per jaar worden gevaccineerd. Doorgaans begint de infectie met koorts en een droge hoest en vervolgens ook neusuitvloeiing. De paarden zijn vaak sloom, willen niet meer eten, vertonen soms spierpijn en/of slapte. De meeste klinische symptomen verdwijnen meestal al binnen een week, maar de paarden blijven vaak veel langer hoesten. Ook komen er veelvuldig complicaties voor omdat het virus het slijmvlies van de luchtwegen beschadigt en vervolgens bacteriën een kans zien aan te slaan (secundaire infectie heet dat met een mooi woord). Deze paarden, vaak zijn het veulens, kunnen dan ook een longontsteking ontwikkelen en heel erg ziek zijn.
    Daarom worden paarden die langer dan enkele dagen koorts houden zo nodig al direct door de dierenarts met antibiotica behandeld. Antibiotica helpen niet bij een virusinfectie maar wel bij een bacteriële infectie.
    Verder gaat volledig herstel van een paard met influenza, ook als er geen complicaties optreden, vaak langzaam. Zeker wanneer de ziekte niet in een vroeg stadium was onderkend en de dieren onvoldoende rust hebben gekregen, kan een volledig herstel wel 3-6 maanden duren. Paarden sterven in de Westerse wereld zelden aan influenza en de daarbij behorende complicaties, toch kan dit incidenteel wel voorkomen vooral bij ongevaccineerde paarden en veulens (meestal van ongevaccineerde merries of onvoldoende biestopname).

    Diagnose stellen
    Een dierenarts kan de waarschijnlijkheidsdiagnose ‘influenza’ stellen op het klinische beeld, maar omdat ook andere virussen griepachtige symptomen kunnen veroorzaken, kan een echte bevestiging alleen door middel van bloedonderzoek en/of een neusswab. Gezien het feit dat de meeste paarden in ons land gevaccineerd zijn, zegt een eenmalig bloedonderzoek niet zoveel, paarden hebben immers vaak antilichamen door de vaccinatie. Daarom worden er meestal twee bloedmonsters genomen met 21 dagen tussenruimte. Dan wordt duidelijk of er sprake is van een titerstijging, d.w.z. in het tweede bloedmonster zitten veel meer antistoffen dan in het eerste en dan weet je dat het paard recent een infectie heeft doorgemaakt. Een neusswab gaat veel sneller. Op de neusswab kan door middel van een PCR (een test die het genetisch materiaal van het virus ‘herkent’) aangetoond worden of het paard virus in de neus uitscheidt. Zo’n test geeft meestal al in 1-2 dagen een antwoord of de infectie inderdaad influenza is.

    Preventie
    Goed vaccineren is de belangrijkste preventieve maatregel. Toch kunnen ook goed gevaccineerde paarden soms ziek worden omdat de virusstam die rondgaat net iets anders is dat de stammen die in de vaccins zitten. Toch zal bij een goed gevaccineerd paard de ziekte zich doorgaans minder ernstig presenteren dan bij een niet gevaccineerd paard. Als de infectie aanwezig is op een paardenbedrijf moeten de zieke paarden zo snel mogelijk worden geïsoleerd tot tenminste 14 dagen na het verdwijnen van de klinische symptomen. Het virus is niet heel erg sterk en een goede huishoudelijke reiniging en daarna desinfectie met een geregistreerd desinfectiemiddel zullen doorgaans alle virusdeeltjes doden. Bedenk dat alleen ontsmetten zinloos is, omdat desinfectiemiddelen alleen werken als alle vuil eerst verwijderd is.

    Wat is goed vaccineren?
    De regels voor vaccineren zijn nationaal wat anders dan internationaal. Dat heeft te maken met de infectiedruk en de kosten. Nationaal was de infectiedruk meestal wat minder en daarom werd door de KNHS met eenmaal per jaar volstaan en met een basisvaccinatie van 1 injecties. Nu lijkt, het gebaseerd op berichten uit de praktijk, dat dieren die langer dan 6 maanden geleden zijn gevaccineerd meer problemen hebben dan dieren die volledig volgens FEI regels zijn gevaccineerd.
    De verschillende influenzavaccins (er zijn er in Nederland meerdere merken geregistreerd) hebben vaak allemaal een eigen iets verschillend advies en ook een iets andere samenstelling. Daarom hebben de paardensportorganisaties vaste regels die voor ieder paard en pony gelden.

    Voor de KNHS zijn de regels als volgt:

  • Basisvaccinaties vanaf een leeftijd van 5 maanden
    De basisvaccinaties bestaan uit 2 vaccinaties met tenminste 21 dagen en maximaal 91 dagen tussen de twee injecties (ook al adviseren alle fabrikanten een derde vaccinatie binnen 6 maanden na de tweede – zie FEI regels voor basisvaccinatie)
  • Jaarlijkse hervaccinatie
    Vervolgens moet het paard ieder jaar weer een vaccinatie hebben, dat mag op dezelfde dag als het jaar ervoor maar niet één dag later. Hier is steeds weer veel discussie over, maar het mag dus jaarlijks op een vaste datum.
  • Nooit binnen 7 dagen voor een wedstrijd
    Het paard mag niet gevaccineerd zijn in de laatste 6 dagen voor een wedstrijd.
  • Zorgvuldig noteren 
    Alle vaccinaties moeten in het paardenpaspoort worden geschreven door de dierenarts op de juiste datum mét vaccinstickertje (of de vermelding van het serie/ batchnummer van de entstof ingeschreven door de dierenarts die de vaccinatie heeft toegediend) én stempel én handtekening.
  • Voor de FEI (Federation Equestre International – internationale paardensportorganisatie) is het vaccinatieschema uitgebreider:

  • Basisvaccinatie bestaan uit 2 vaccinatie met tenminste 21 dagen en maximaal 91 dagen tussen de twee injecties en een derde moet binnen 6 maanden + 21 dagen worden gegeven
  • Vervolgens moet het paard jaarlijks weer een vaccinatie hebben binnen 365 dagen, maar dat mag op dezelfde dag als het jaar ervoor maar dus niet één dag later (hier is veel discussie over, maar het mag dus jaarlijks op een vaste datum)
  • Als het paard op FEI wedstrijden uitkomt, moet het tweemaal per jaar gevaccineerd worden en dan mogen er weer niet meer dan 6 maanden en 21 dagen tussen twee vaccinaties liggen
  • Het paard moet zijn laatste vaccinatie dus altijd gehad hebben binnen 6 maanden en 21 dagen voor de wedstrijd én het paard mag nooit gevaccineerd zijn in de laatste 7 dagen voor het op het wedstrijdterrein verschijnt
  • Alle vaccinaties moeten in het paardenpaspoort worden geschreven door de dierenarts op de juiste datum mét stempel én handtekening en liefst ook het vaccinstickertje (het ontbreken van het stickertje is internationaal geen reden om de vaccinatie niet te erkennen, maar in Nederland wel).

    Conclusie
    Er zijn op dit moment problemen in Nederland met op enkele plaatsen bewezen infecties met influenza, ook op stallen waar alle paarden goed gevaccineerd zijn. Verder zijn er op veel meer plaatsen sterke verdenkingen. Soms zijn al wel monsters genomen, maar daarvan is de uitslag nog niet binnen
    Als u een paard verdenkt van griep is het altijd verstandig direct een dierenarts te waarschuwen. Deze kan zo nodig een neusswab opsturen naar een geschikt laboratorium zoals de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) te Deventer om een eventuele verdenking te bevestigen. GD zal in samenwerking met internationale laboratoria proberen om de virussen uit influenza positieve neusswabs verder te karakteriseren en is ook geïnteresseerd in goede informatie over eventuele uitbraken, met name over de vaccinatiestatus van de desbetreffende paarden. Gepaarde serummonsters kunnen ook de diagnose bevestigen, maar dit duurt veel langer omdat er 14-21 dagen tussen de twee monsternames moet zitten.Het advies is nu om heel terughoudend te zijn met het naar andere stallen of naar wedstrijden gaan.
    Verder is het altijd verstandig op wedstrijden uw paard niet met andere paarden in contact te laten komen, eigen voerbak en drinkbak te gebruiken en uw paard direct na de wedstrijd weer op de trailer te zetten en mee naar huis te nemen. Ook is het verstandig paarden die naar elders zijn geweest eerst twee weken apart te houden, maar dat is op veel bedrijven niet mogelijk. Wat vaak wel haalbaar is, is om wedstrijdpaarden die veel op pad gaan gescheiden te houden van de paarden die niet reizen, de fokmerries en de jonge dieren.Als u verdere vragen heeft, overleg met uw eigen dierenarts. Hij of zij kent uw bedrijf en uw paarden het beste en kan het meest passende advies geven.

    Prof.dr. Marianne Sloet van Oldruitenborgh-Oosterbaan – Faculteit Diergeneeskunde, Utrecht
    Dr. Kees van Maanen – Gezondheidsdienst voor Dieren te Deventer

  • ERMELO (SRP) – Op dit moment heerst er in Nederland op een flink aantal grotere en kleinere stallen influenza. Voor zover we weten vooral in het zuiden, maar ook in het midden van het land.

    Influenza is een zeer besmettelijk griepvirus voor paarden en leidt tot hoge koorts (die vaak over meerdere dagen meerdere pieken vertoont), hoesten en een snotneus. Soms worden ook dikke benen gezien. De dieren zijn vaak erg ziek, willen dagenlang niet eten en hebben vaak weken nodig om weer volledig te herstellen. De tijd tussen het oppikken van de infectie en de eerste symptomen kan variëren van 1 tot 3 dagen, maar is soms ook langer. Paarden kunnen net voor de koortsperiode al virus uitscheiden en doen dat zeker tijdens de koorts. Vaak is behandeling door de dierenarts nodig.

    Er zijn verschillende stammen van het influenza virus voor paarden. Op dit moment lijkt een stam te circuleren die niet alleen niet of minder goed gevaccineerde paarden aanpakt, maar ook bij goed gevaccineerde paarden tot ziekte kan leiden, al zijn de symptomen dan doorgaans minder ernstig.

    Het dringende advies is om stallen waar een griepuitbraak heerst te sluiten (geen paarden erbij en geen paarden eruit). Verder is het zinvol om door de dierenarts de diagnose door middel van een neusswab van paarden met koorts te laten bevestigen.

    Het is van groot belang dat stalhouders en individuele eigenaren zich realiseren dat bij verdenking op een influenza-infectie toch op pad gaan naar andere bedrijven of wedstrijden uitermate onverantwoordelijk is! Ook het organiseren van wedstrijden of evenementen op bedrijven waar een infectie heerst is echt onverstandig én onverantwoordelijk. Equine influenza is duidelijk ‘besmettelijker’ dan rhinopneumonie omdat het virus ‘sterker’ is en makkelijker ook gemakkelijk door de lucht over enige afstand zich kan verspreiden.

    Bovenstaande informatie is afkomstig van de Faculteit Diergeneeskunde te Utrecht en de Gezondheidsdienst voor Dieren te Deventer.

    Voor meer informatie wordt verwezen naar : “Influenza in Nederland – overzicht d.d. 22 december 2018”.

    ERMELO (SRP) – Op een locatie in de gemeente Hardenberg is de neurologische vorm van rhinopneunomie vastgesteld. Een paard is inmiddels geëuthanaseerd, twee andere paarden met neurologische symptomen zijn  stabiel. De op de stal aanwezige paarden mogen de locatie de komende weken niet verlaten en er worden geen paarden van buiten toegelaten. De contactadressen van de locatie en de paardenaccommodaties in de directe omgeving zijn op de hoogte gebracht van de situatie. De paarden staan onder dagelijkse controle van een dierenarts.

    De Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) heeft na onderzoek bevestigd dat het op deze locatie gaat om rhinopneumonie (EHV1), een virusinfectie  die zich kan uiten in de vorm van verkoudheidsverschijnselen, abortus en/of neurologische verschijnselen.

    Rhinopneumonie is een veel voorkomende ziekte in Europa. Jaarlijks steekt de neurologische vorm ook wel ergens de kop op. Het voorkomen van direct contact tussen besmette paarden is een belangrijke preventieve maatregel. Besmetting van paarden vindt plaats via de luchtwegen en het virus kan ook worden overgedragen door de mens via kleding en handen. Vaccineren helpt om de infectiedruk in de paardenpopulatie te verminderen, maar beschermt niet direct tegen de neurologische vorm.

    Het gescheiden houden van diverse groepen paarden (jonge paarden, drachtige merries, sportpaarden) geeft het virus minder kans zich te verspreiden. Als u uw paarden van rhinopneumonie verdenkt, zeker als er sprake  is van abortus of neurologische verschijnselen is het raadplegen van een dierenarts noodzakelijk.

    ERMELO (SRP) – Op een locatie in Oene is de neurologische vorm van rhinopneunomie vastgesteld. De aanwezige paarden mogen de locatie de komende weken niet verlaten en er worden geen paarden van buiten toegelaten. De contactadressen van de locatie en de paardenaccommodaties in de directe omgeving zijn op de hoogte gebracht van de situatie. De paarden staan onder controle van een dierenarts.

    De Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) heeft na onderzoek bevestigd dat het op deze locatie gaat om rhinopneumonie (EHV1), een virusinfectie die zich kan uiten in de vorm van verkoudheidsverschijnselen, abortus en/of neurologische verschijnselen.

    Rhinopneumonie is een veel voorkomende ziekte in Europa. Jaarlijks steekt de neurologische vorm ook wel ergens de kop op. Het voorkomen van direct contact tussen paarden is een belangrijke preventieve maatregel. Besmetting van paarden vindt plaats via de luchtwegen en het virus kan ook worden overgedragen door de mens via kleding en handen. Vaccineren helpt om de infectiedruk in de paardenpopulatie te verminderen, maar beschermt niet direct tegen de neurologische vorm.

    Het gescheiden houden van diverse groepen paarden (jonge paarden, drachtige merries, sportpaarden) geeft het virus minder kans zich te verspreiden. Als u uw paarden van rhinopneumonie verdenkt, zeker als er sprake is van abortus of neurologische verschijnselen is het raadplegen van een dierenarts noodzakelijk.

    ERMELO (SRP) – In augustus werd bekend dat er voor het eerst in Duitsland een met het West Nijl-virus (WNV) besmette uil gevonden is. Nu is het West Nijl-virus bij een paard in Duitsland (het gebied van Brandenburg) aangetroffen. Dit is bekend gemaakt door het officiële laboratorium in Duitsland hiervoor, het Friedrich Luffler Institut. Mensen en paarden kunnen geïnfecteerd raken als ze worden geprikt door een besmette mug. West Nijl komt op dit moment (nog) niet in Nederland voor. De verwachting is dat Nederland niet vrij zal blijven van West Nijl.

    Symptomen

    Een West-Nijl infectie bij het paard kan volledig symptoomloos verlopen, maar kan ook algemene symptomen zoals koorts, sloomheid, niet eten of wat lichte koliek geven. Soms kunnen ook neurologische symptomen optreden zoals spiertrillingen, ataxie en gedragsveranderingen. In het ergste geval raken paarden verlamd en komen te overlijden of moeten worden geëuthanaseerd.

    Diagnose & behandeling

    Het West-Nijl virus kan vastgesteld worden door bloedonderzoek. Er is geen specifieke therapie tegen het West-Nijl virus. Als een paard ziek wordt, kan het alleen ondersteunend geholpen worden.

    Verspreiding & preventie

    De verspreiding van het West-Nijl virus verloopt via besmette muggen. Paarden en mensen zijn zogenoemde eindgastheren wat betekent dat zij nooit zoveel virus in hun bloed krijgen dat zij via een mug besmettelijk zijn voor een ander.

    Preventieve maatregelen bestaan uit vaccineren en het voorkomen van muggenbeten. Er kan gevaccineerd worden vanaf 5-6 maanden leeftijd. De eerste keer moet er een basisvaccinatie plaatsvinden, 2 entingen met 4-5 weken tussentijd. Daarna dient de vaccinatie jaarlijks te worden herhaald, het liefst vlak voor het muggenseizoen (in mei) zodat paarden beschermd zijn tijdens de meest kritieke periode in augustus/september. Bescherming wordt bereikt 2 weken na de basisvaccinatie. Het is mogelijk om een individueel paard op een stal te vaccineren. Het is niet noodzakelijk om zoals bij andere entingen tegen bijvoorbeeld influenza de hele stal te vaccineren. Door te vaccineren is het paard beschermd. Het paard kan nog wel ziek worden maar het ziekteproces verloopt minder heftig.

    Advies

    Als een paard naar het buitenland gaat of waardevol is (emotioneel dan wel in financiële waarde) is het sterk aan te raden om het paard te vaccineren. Voor mensen is er geen vaccin beschikbaar.

    Verwezen wordt naar de informatie op de website van de Sectorraad Paarden en van de faculteit Diergeneeskunde.

    https://www.sectorraadpaarden.nl/themas/diergezondheid/west-nile-virus/

    https://www.uu.nl/nieuws/west-nijl-virus-aangetroffen-bij-een-paard-in-duitsland

     

    ERMELO (SRP) – Op een locatie in het noordwestelijke gedeelte van de provincie Friesland is de neurologische vorm van rhinopneunomie vastgesteld. Twee dieren zijn inmiddels geëuthanaseerd. De aanwezige paarden mogen de locatie de komende weken niet verlaten en er worden geen paarden van buiten toegelaten. De contactadressen van de locatie en de paardenaccommodaties in de directe omgeving zijn op de hoogte gebracht van de situatie. De paarden staan onder controle van een dierenarts.

    De Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) heeft na onderzoek bevestigd dat het op deze locatie gaat om EHV1, de variant van rhinopneumonie die zich kan uiten in de vorm van verkoudheidsverschijnselen, abortus en/of neurologische verschijnselen.

    Rhinopneumonie is een veel voorkomende ziekte in Europa. Jaarlijks steekt het virus wel ergens de kop op. Het voorkomen van direct contact tussen paarden is een belangrijke preventieve maatregel. Besmetting van paarden vindt plaats via de luchtwegen en het virus kan ook worden overgedragen door de mens via kleding en handen. Een zorgvuldige stalhygiëne is van belang.

    Ermelo (SRP) – Op 17 mei 2018 kwam het bericht naar buiten over de neurologische vorm van rhinopneumonie op een locatie in de regio Haarlem. Op dit moment zijn er geen nieuwe besmettingen vastgesteld. Hiermee vindt de Sectorraad Paarden het verantwoord om het eerdere advies over te nemen extra maatregelen voor bescherming tegen het virus in te trekken.

    Voor meer achtergrondinformatie over Rhinopneumonie verwijst de SRP naar www.sectorraadpaarden.nl