Maandag 23 maart 2020 heeft het kabinet aanvullende scherpere maatregelen aangekondigd die met onmiddellijke ingang ingaan en gelden tot 1 juni 2020. Het gaat om aanscherping van social distancing met een duidelijke boodschap om verspreiding van het Coronavirus door mensen in te dammen.

Minister-president Mark Rutte, minister Martin van Rijn (Medische Zorg), minister Fred Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) en minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) lichtten de nadere strengere maatregelen toe tijdens een persbijeenkomst.

De maatregelen passen in de Nederlandse aanpak van het coronavirus, dat erop gericht is om de zorgcapaciteit niet te overbelasten en de mensen te kunnen helpen die het meest kwetsbaar zijn.

De bestaande maatregelen die genomen zijn in de aanpak van het coronavirus worden aangescherpt, ook met het oog op de mogelijkheid van een betere handhaving.

De aangescherpte en nieuwe maatregelen zijn o.a.:

  • Blijf zoveel mogelijk thuis. Ga alleen naar buiten voor werk wanneer u niet thuis kunt werken, voor boodschappen, of om voor anderen te zorgen. Een frisse neus halen kan, maar doe dit niet in een groep. Houd altijd afstand van anderen (minimaal 1,5 meter) en vermijd sociale activiteiten en groepen mensen. Ook thuis: maximaal drie mensen op bezoek en hou ook dan afstand tot elkaar.
  • Als u kucht, hoest en/of verkouden bent, gold al: blijf thuis. Krijgt u daar ook koorts bij, dan moet vanaf nu iedereen in het huishouden thuisblijven. Mensen in cruciale beroepen en vitale processen zijn hiervan uitgezonderd, tenzij zij zelf ziek worden.
  • Alle bijeenkomsten worden verboden tot 1 juni (in plaats van 1 april), ook met minder dan 100 mensen.
  • Winkels en het openbaar vervoer worden verplicht om maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat mensen afstand houden, bijvoorbeeld via een deurbeleid.
  • Burgemeesters kunnen gebieden aanwijzen waar groepsvorming verboden is. Het kan gaan om parken, stranden of wijken. Bij groepen van 3 of meer die geen anderhalve meter afstand houden, wordt gehandhaafd. Personen in hetzelfde huishouden, zoals gezinnen, en kinderen zijn hiervan uitgezonderd.
  • De bestaande maatregelen wil de overheid ook beter kunnen handhaven. Daarom krijgen burgemeesters de mogelijkheid om via een noodverordening makkelijker en sneller op te kunnen treden. Burgemeesters kunnen specifieke locaties sluiten, zoals parken, stranden en campings. Er kunnen ook boetes worden opgelegd.
  • De aangescherpte maatregelen die gelden in de periode tot 1 juni hebben ook effect op de paardensector.

    Onderstaand een overzicht van de belangrijkste aangescherpte maatregelen die direct effect hebben op de paardensector tot 1 juni:

    1. Alle wedstrijden, evenementen en bijeenkomsten niet toegestaan tot 1 juni
    2. Gemeenten kunnen voor locaties een groepsvormingsverbod opleggen. Te allen tijde moet 1,5 meter afstand van elkaar gehouden worden.
    3. Heeft 1 persoon in het gezin koorts, dan mag niemand uit het gezin naar buiten. Samen met bijvoorbeeld de accommodatiehouder moet in voorkomend geval gezocht worden  naar ondersteuning in verzorging en beweging van paarden.

    De oproep vanuit de Sectorraad Paarden is om de regels goed na te leven en na te denken over de maatregelen die op bedrijfsniveau genomen moeten worden.

    Er zijn nog veel vragen waarop niet direct een duidelijk antwoord is. Maandagavond is tijdens de persconferentie aangegeven dat de maatregelen voor de verschillende sectoren nog nader moeten worden uitgewerkt. De Sectorraad Paarden zal hierover contact onderhouden met het Ministerie.

    Eerder afgekondigde maatregelen blijven van kracht.

    Sectoren waarin dieren centraal staan zijn steeds vaker (ongewild) onderwerp van een maatschappelijke discussie. Kijk bijvoorbeeld naar het circus, de veehouderij, de jacht en met groeiende belangstelling ook de paardenwereld. De druk op de hippische sector door actiegroeperingen is nog niet eerder zo hoog geweest. Activisten weten met hun acties de nationale media te halen en gebruiken deze aandacht om de Nederlandse bevolking van hun standpunten te overtuigen. Hierdoor lijken paardensporters en –liefhebbers soms lijnrecht tegenover de samenleving te staan.

    Maar hoe zit het echt? Wat vindt de Nederlandse bevolking zelf? Wat zijn de werkelijke opinies en percepties van Nederlanders over het houden van paarden, paardrijden en paardensport? Hoe groot is het draagvlak voor de paardenwereld onder de Nederlandse bevolking?

     Inzicht in hoe de maatschappij aankijkt tegen het houden van paarden en paardensport plaatst het sentiment in perspectief en stelt de dialoog centraal. Daarom heeft de Nederlandse paardenwereld zich verenigd en gezamenlijk onderzoek gedaan naar de publieke opinie. Twee van de belangrijkste conclusies:
    1) er is een zeer groot draagvlak voor het houden van paarden, paardrijden en paardensport mits het welzijn geborgd is.
    2) een groot deel van de Nederlandse bevolking is onbekend met de paardenwereld.

    Onbekend maakt onbemind, laten we dat omdraaien: bekend maakt bemind. En daarom werken diverse partijen uit de Nederlandse Paardenwereld samen om de Nederlandse bevolking meer inzicht te geven in de wereld rondom het paard zodat Nederlanders zelf kunnen bepalen hoe zij tegenover de inzet van paarden voor sport, recreatie en entertainment staan.  

    Ook de Sectorraad Paarden werkt mee aan het onderzoek.

    Wat vindt Nederland? Klik HIER voor het onderzoek naar de werkelijke opinies en percepties van de Nederlandse bevolking over het houden van paarden, paard rijden en paardensport (2019).

     

     

    ERMELO (SRP) De problematiek rondom de stikstof en de toekomst van de sector waar gewerkt wordt met dieren roepen veel emoties en vragen op. Net als andere sectoren wordt ook de paardensector geraakt door de stikstofproblematiek.

    Eind mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in zaken over vergunningen waar gebruik was gemaakt van het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Deze uitspraak heeft gevolgen voor alle bedrijven die stikstof uitstoten dus ook voor de paardenhouderij. Het is nog onduidelijk hoeveel paardenbedrijven door deze uitspraak een probleem hebben met hun vergunningen.

    De Sectorraad Paarden is in opdracht van de dragende partijen van de SRP in gesprek met het ministerie. Het ministerie is gevraagd de gevolgen voor de paardenhouderij in beeld te brengen en met een passende oplossing te komen.

    Gedupeerde paardenhouderijen doen er goed aan om zich te melden bij de dragende organisatie waarbij ze aangesloten zijn zodat in beeld gebracht kan worden welke knelpunten er zijn.

    Voor vragen over stikstof wordt verwezen naar de helpdesk van de Rijksoverheid (klik HIER).

    ERMELO (SRP) – Bij Manege Lelystad in Lelystad is de neurologische vorm van rhinopneunomie vastgesteld. Een paard is inmiddels overleden. Twee paarden vertonen neurologische verschijnselen en zijn in quarantaine geplaatst. De op de stal aanwezige paarden hebben in de afgelopen periode geen contact gehad met andere paarden en mogen de locatie de komende weken niet verlaten. Tevens worden er geen paarden van buiten toegelaten. De paarden staan onder dagelijkse controle van een dierenarts.

    De manege heeft op de Facebookpagina van de manege aangegeven dat het om Rhinopneumonie gaat en heeft contact opgenomen met de SRP. De Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) heeft na onderzoek bevestigd dat het op deze locatie gaat om rhinopneumonie (EHV1), een virusinfectie  die zich kan uiten in de vorm van verkoudheidsverschijnselen, abortus en/of neurologische verschijnselen.

    Rhinopneumonie is een veel voorkomende ziekte in Europa. Jaarlijks steekt de neurologische vorm ook wel ergens de kop op. Het voorkomen van direct contact tussen besmette paarden is een belangrijke preventieve maatregel. Besmetting van paarden vindt plaats via de luchtwegen en het virus kan ook worden overgedragen door de mens via kleding en handen. Vaccineren helpt om de infectiedruk in de paardenpopulatie te verminderen, maar beschermt niet direct tegen de neurologische vorm.

    Het gescheiden houden van diverse groepen paarden (jonge paarden, drachtige merries, sportpaarden) geeft het virus minder kans zich te verspreiden. Als u uw paarden van rhinopneumonie verdenkt, zeker als er sprake is van abortus of neurologische verschijnselen, is het raadplegen van een dierenarts noodzakelijk.

    ERMELO (SRP) – De weersverwachting voorspelt de komende dagen een temperatuur van 27 graden Celsius en meer in de Bilt en in de rest van Nederland (inclusief de kust en de Waddeneilanden). Dit betekent dat het Nationaal plan voor veetransport en het protocol extreme weersomstandigheden voor paarden deze dagen weer in werking is. Voor paardenhouders betekent dit ook dat er extra maatregelen zijn om het welzijn van paarden te waarborgen.

    Om paardenhouders een handvat te geven hoe om te gaan met extreme weersomstandigheden heeft de Sectorraad Paarden, met de dragende organisaties, het ‘Protocol extreme weersomstandigheden voor paarden’ opgesteld (zie hier voor het protocol).

    Hieronder een aantal overwegingen bij (extreem) warm weer:

  • Paarden moeten in de schaduw (kunnen) staan (beschuttingsmogelijkheid hebben);
  • Paarden moeten zo nodig voldoende gekoeld worden (met water, ventilatoren e.d.);
  • Er moet voldoende goede kwaliteit drinkwater ter beschikking staan/ter beschikking worden gesteld en er moet voldoende ruwvoer worden verstrekt;
  • Door organisatoren van evenementen moeten de omstandigheden ter plaatse meegenomen worden bij de beslissing een evenement wel/niet dan wel in aangepaste vorm door te laten gaan;
  • De Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) heeft gesteld dat er bij een weersvoorspelling van 27℃ of hoger sprake is van ongunstige omstandigheden voor transport van dieren. Wanneer de trailer of veewagen in beweging is en voldoende ventilatieopeningen heeft is transport van paarden bij 27℃ nog wel mogelijk maar als er bijvoorbeeld kans is op file moet er niet met paarden worden gereisd, tenzij er sprake is van een volledig geconditioneerd vervoermiddel.
  • In het Nationaal plan voor veetransport bij extreme temperaturen is vastgelegd dat de norm is dat dieren niet mogen worden vervoerd bij temperaturen boven de 35℃. Deze norm geldt bij aanvang en onderweg en is dus niet afhankelijk van de temperatuur bij het KNMI in de Bilt. Het is van belang om hier extra aandacht voor te hebben bij het plannen van transport.
  • Het besluiten of extreme weersomstandigheden wel of geen probleem vormen voor paarden berust of het nu gaat om verblijf in de weide, het wel of niet transporteren of het wel of niet doorgang laten vinden van paardenevenementen boven alles op gezond verstand van de betrokkenen. Eigenaren, ruiters en menners hebben een eigen verantwoordelijkheid om wel of niet aan een evenement deel te nemen. Van belang daarbij is dat men zich realiseert dat voor een paard van nature een wat lagere omgevingstemperatuur optimaal is (+5 ℃ tot +25 ℃) dan voor de mens. Het is dus van groot belang daar aan te denken bij het beoordelen van de situatie.
  • De NVWA heeft aangekondigd op warme dagen extra op dierenwelzijn te controleren. Vervoersteams van de NVWA voeren extra vervoerscontroles uit.

    ERMELO (SRP) – Op een locatie in de omgeving Haarlem is de neurologische vorm van Rhinopneumonie vastgesteld. Het bedrijf heeft besloten dat paarden de locatie de komende weken niet mogen verlaten en dat er geen paarden van buiten worden toegelaten. Alle klanten van het bedrijf en de paardenbedrijven in de directe omgeving zijn reeds op de hoogte gebracht van de situatie.

    De Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) heeft na onderzoek bevestigd dat het op deze locatie gaat om EHV1, de variant van rhinopneumonie die zich kan uiten in de vorm van verkoudheidsverschijnselen, abortus en/of neurologische verschijnselen. In dit geval is er sprake van een paard met neurologische verschijnselen waarbij het virus is aangetoond. Dit onderzoek heeft direct plaatsgevonden nadat de eerste ziekteverschijnselen zichtbaar waren.

    U kunt uw paarden zelf controleren op een infectie door tweemaal daags de temperatuur op te nemen. Bij koorts is het verstandig om direct uw dierenarts te raadplegen.

    Voor meer achtergrondinformatie over Rhinopneumonie verwijst de SRP naar www.sectorraadpaarden.nl

    ERMELO (SRP) – Inspecteurs van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) gaan vanaf heden, net als vorig jaar, extra inspecties uitvoeren bij maneges, pensionstallen, fokkerijen en opfok-, handel- en trainingsstallen. Tijdens de inspecties controleren inspecteurs of de bedrijven zich houden aan de regels voor dierenwelzijn.

    Huisvesting van paarden
    Paardenhouders moeten zich houden aan de Wet Dieren en het Besluit houders van dieren. Inspecteurs kijken bij de inspectie bijvoorbeeld of de paarden voldoende ruimte hebben en of er voldoende licht is in de stallen. Verder moeten de dieren een schone en droge ligplek hebben en mogen er in de stallen geen uitstekende scherpe randen zijn waar de dieren zich aan kunnen verwonden.

    Paardenhouders die de Wet dieren of het Besluit houders van dieren overtreden kunnen afhankelijk van de ernst van de overtreding een schriftelijke waarschuwing of een bestuurlijke boete krijgen. Bij ernstige overtredingen en bij overtredingen van de Regeling identificatie en registratie van dieren maakt de NVWA proces-verbaal op. Daarnaast kan de NVWA ook bestuursrechtelijk optreden tegen overtredingen. De extra inspecties bij paardenhouders hebben tot doel de naleving in de paardensector beter in kaart te brengen en waar nodig te verbeteren.

    Meer informatie
    – Welzijnseisen paarden (klik hier)
    – Gids voor Goede Praktijken van de Sectorraad paarden met adviezen over het houden van paarden (klik hier)
    – Paardenpaspoort (klik hier)