Bron: Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I)

Het ministerie van EL&I en de paardensector willen goed voorbereid zijn op een mogelijke uitbraak van Afrikaanse paardenpest. Op 26 juni oefenen zij daarom de crisisorganisatie, de communicatie en de samenwerking.

Wat is Afrikaanse paardenpest?

Afrikaanse paardenpest is een ernstige virusziekte bij paarden en paardachtigen zoals pony’s, ezels en zebra’s. Dieren kunnen elkaar niet rechtstreeks besmetten door lichamelijk contact. De overdracht van de ziekte gebeurt via stekende muggen, ook wel knutten genoemd. Afrikaanse paardenpest wordt veroorzaakt door het aan blauwtong en Schmallenberg verwante Orbivirus. Paardenhouders en dierenartsen moeten de ziekte melden; de overheid is verplicht de ziekte te bestrijden.

In hoeverre vormt het voor Nederland en Europa een bedreiging?

De ziekte heeft Nederland nog niet bereikt, maar voorkomen is beter dan genezen, zeker in een land met zo’n 450.000 paarden. Bij de OIE (wereldorganisatie voor diergezondheid) staat Afrikaanse paardenpest op de A-lijst vanwege de hoge mortaliteit onder paarden. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen vier verschillende vormen van klinische Afrikaanse paardenpest: de milde vorm, de ademhalingsvorm, de hartvorm en de gemengde vorm.

Kan de overheid de bestrijding alleen af?

Nee, vandaar ook de naam van de crisisoefening: Sleipnir. Dat is een achtbenig paard uit de Noorse en Germaanse mythologie dat symbool staat voor de omvang van deze oefening. Net als de acht benen van Sleipnir moeten ook het ministerie van EL&I, de Sectorraad Paarden en betrokken sectororganisaties leren om goed met elkaar samen te werken. De crisisoefening is onderdeel van een leerproces. Om goed voorbereid te zijn op een eventuele uitbraak van de Afrikaanse paardenpest, is het belangrijk om samen de aanpak op orde te hebben.

Zijn we de afgelopen jaren verder gekomen?

Het ministerie van LNV heeft in 2008 een concept beleidsdraaiboek geschreven, gebaseerd op een Europese richtlijn uit 1992. Deskundigen hebben de overheid toen geadviseerd om bij de Europese Commissie aan te dringen op aanpassingen van de richtlijn in verband met te verwachten knelpunten en kennislacunes. Daarop heeft het ministerie 2,5 jaar onderzoek laten doen naar Afrikaanse paardenpest, waarbij is gekeken wat er anders zou kunnen in het huidige draaiboek.

Wat gebeurt er na de crisisoefening?

In september bespreken de overheid, de Sectorraad Paarden en betrokken sectororganisaties wat zij hebben geleerd van de oefening. Vervolgens vindt er een consultatie plaats waarbij een brede groep betrokkenen het aangepaste beleidsdraaiboek kan becommentariëren. Mede op basis daarvan zal het ministerie bekijken of het draaiboek moet en kan worden herzien. Ook de paardensector gebruikt de oefening om zich voor te bereiden op een mogelijke uitbraak van paardenpest.