Persbericht

Succesvolle Sectordag Paard

Zeist, 16 april 2008. De door de Sector Raad Paarden in het KNVB centrum te Zeist georganiseerde Sectordag Paard is een succes geworden. Ruim 150 personen, die deel uitmaken van bestuur en kaders van bij de SRP aangesloten organisaties, woonden deze dag bij. Johan Lokhorst, onafhankelijk voorzitter van de SRP, opende de bijeenkomst. Deze meeting was mede bedoeld om het draagvlak te verbreden bij haar achterban voor de gemeenschappelijke belangenbehartiging waar de SRP voor staat. De Sector Raad Paarden is een platvorm waarin fokkerij, sport en bedrijfsleven samenwerken.

Er werd aan de hand van stellingen getracht een inzicht te krijgen hoe de aanwezigen denken over de taakstelling van de SRP. Voordat de inleiders het woord kregen vond 87,7% van de aanwezigen het belangrijk dat er één aanspreekpunt voor de gemeenschappelijke belangenbehartiging is richting overheid. Deze stelling ontving, nadat de inleiders gesproken hadden, steun van 96,7% van de aanwezigen. Een andere stelling waarop tweemaal gestemd kon worden was de vraag waarom de aanwezigen een gemeenschappelijke belangenbehartiging belangrijk vinden. In de eerste ronde scoorde het ‘Samen sterk en realiseren van doelen’ 69,2%, terwijl in de tweede ronde – na de inleidingen – dit op 77,5% uitkwam. De drie overige keuzemogelijkheden op deze stelling: A – ‘Een aanspreekpunt richting overheid’, B – ‘Behoud en groei van de eerste positie wereldwijd’ en C – ‘Afstemming/overeenstemming qua standpunten’ moesten in de tweede ronde behoorlijk terrein prijsgeven.

De voor de SRP twee belangrijkste stellingen, die eveneens in twee fasen in stemming werden gebracht, waren de volgende: ‘Dient de SRP uit te groeien naar een beleidsbepalende belangenbehartiging organisatie?’ – In de eerste stemming was 68.,4% van de aanwezigen het hiermee eens, terwijl in de tweede stemming 76% het hiermee eens bleek te zijn. De tweede belangrijke was deze: ‘De SPR een gezonde financiële onderbouwing geven’. Hierover waren in de eerste ronde 42.7% van de aanwezigen van mening dat de aangesloten organisaties de SRP de financiële ruimte dienen te geven, terwijl in de tweede ronde dit was gestegen naar 55,1%.

‘Heffing op voer liep terug van 15,4% tot 8,7% en ‘Het invoeren van een houderschapsregistratie / sectorheffing’ kon in de eerste ronde nog 41,9% van de aanwezigen achter zich krijgen, maar liep in de tweede ronde terug tot 36,2%.

Daarnaast werden nog een aantal stellingen in stemming gebracht die op minimaal tweederde steun van de aanwezigen konden rekenen.

Deze stellingen waren:

A: De SRP moet ten aanzien van dierenwelzijn een pro actief beleid realiseren.

B: Om de risico’s en gevolgen van besmettelijke dierziektes goed te kunnen bestrijden is het

noodzakelijk om een houderschapsregistratiesysteem op te zetten.

C: De SRP moet meer centraal gaan sturen en coördineren qua kennis en onderzoek.

D: Hebben we behoefte aan meer marktinformatie voor de SRP?

Mevrouw Alida Oppers, directeur voedselkwaliteit en diergezondheid van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, hield een inleiding. Zij maakte de aanwezige duidelijk dat de overheid het belangrijk vindt om één aanspreekpunt te hebben in de paardensector. Daarbij sprak zij duidelijk uit dat de sector zelf haar verantwoordelijkheden dient te nemen als het gaat om dierenwelzijn en diergezondheidszaken. Daarnaast vond mw. Oppers het verheugend dat de contacten tussen LNV – waar de paardensector nu een eigen plaats heeft gekregen – en de SRP sterk zijn geïntensiveerd. “Het is onze wens om een door de sector gedragen beleid te ontwikkelen, waarbij de SRP een welkome input kan leveren”, aldus mw. Oppers.

Persbericht Sectorraad Paarden

Vanaf 1 januari 2009 verplicht

VKI formulier slachtpaarden gereed

Vanaf 1 januari 2009 gelden er nieuwe Europese regels voor paarden (inclusief pony’s en ezels) die in Nederland of in het buitenland naar het slachthuis gaan.Vana Vad Deze dieren moeten vanaf dit moment voorzien zijn van het ondertekende formulier “voedselketeninformatie” (VKI). Hiermee informeert de paardenhouder het slachthuis over het aangeboden paard.

Het slachthuis en de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) houden rekening met deze informatie bij het slachten en het keuren van het paard. De VKI-verplichting geldt niet voor paarden waarvoor in het Paardenpaspoort (deel I) is aangegeven “niet bestemd voor humane consumptie”. Deze dieren mogen immers niet worden geslacht voor humane consumptie, maar moeten worden afgevoerd door Rendac dan wel een paardencrematorium..

Alle andere paarden die worden aangeboden voor de slacht moeten echter 1 januari a.s. bij afvoer naar het slachthuis niet alleen vergezeld gaan van een wettige en juist ingevuld paardenpaspoort, maar ook van het VKI-formulier.

De paardenhouder is de eerst verantwoordelijke voor de juiste informatie over het paard. Hij moet in het kader van de voorschriften voor “voedselketeninformatie” de informatie doorgeven die van belang is voor de veiligheid van het vlees. Het gaat hierbij vooral om de gezondheid van het dier, resultaten van uitgevoerd onderzoek en om toegediende diergeneesmiddelen. Ook moet de naam/namen en het adres/adressen van de dierenarts(en) worden genoteerd. Het VKI-formulier bevat een toelichting die helpt bij het invullen van het formulier. Roep bij twijfel de hulp van uw dierenarts in.

Iedere EU-lidstaat vult de VKI-verplichting op een eigen manier in. De EU-lidstaten hebben de principeafspraak, dat de VKI-formulieren van het land van herkomst geaccepteerd worden. Exporteurs van slachtpaarden kunnen hun leverancier ook vragen het formulier van het land van bestemming te gebruiken. Het Belgische voedselagentschap FAVV heeft hier voorkeur voor.

Met vragen of opmerkingen over het formulier kunt u contact opnemen met Hidde Rang (PVE/Beleid), tel. (079) 368 79 54 of mailen naar mailto:%20H.Rang@pve.agro.nl.

Het formulier staat op de website van de Productschappen Vee, Vlees en Eieren (https://www.pve.nl/)

Persbericht

Sectorraad Paarden pakt dierenwelzijn krachtig op.

De Sectorraad Paarden (SRP) pakt het thema dierenwelzijn krachtig op. Nog deze week is er overleg tussen de SRP en het ministerie van LNV over het projectplan dierenwelzijn paard, waarmee de sector haar huidige welzijnsbeleid in samenspraak met de direct betrokken organisaties nog krachtiger gaat voeren.

De SRP heeft met haar aangesloten organisaties de afgelopen twee jaar een volledige inventarisatie verricht naar mogelijke welzijnsproblemen, hieruit zijn een aantal aandachtspunten naar voren gekomen. Met het te ontwikkelen plan komt de sector met realistische welzijnsverbeteringen op het gebied van huisvesting, voeding, transport en training- en africhtingmethoden, die binnen 3 jaar uitgevoerd moeten kunnen worden.

Ook de informatievoorziening naar de paardenhouders vormt een belangrijk onderdeel van het plan van aanpak. Relevante zaken op het gebied van dierwelzijn paarden worden onder de aandacht gebracht bij het brede scala van doelgroepen [ruiters, fokkers, handelaren, verzorgers, hobbyhouders, pensionhouders etc]

Deze voorlichting- bewustwordingscampagne beoogt een intensivering voor de aandacht van welzijnaspecten, waardoor het welzijn van de paarden gehandhaafd of verbeterd wordt.

Met deze aanpak loopt de Nederlandse paardensector voorop in Europa.

Uit de maatschappelijke dialoog, die LNV in het najaar van 2007 georganiseerd heeft is naar voren gekomen dat de paardensector, de sector is waar zich de minste misstanden voordoen op het gebied van welzijn. De zaken die echter wel voorkomen, wil de SRP krachtig ter hand nemen, zoals ook de klachten die via de Dierenbescherming binnenkomen, meegenomen zullen worden in het te ontwikkelen plan van aanpak.

Dierenwelzijn is en blijft een van de centrale beleidsthema’s voor de toekomst van de paardensector. Een goed bestaan voor mens en paard krijgt invulling via drie kernelementen:

  • met zorg omgaan met onzepaarden en hierop aanspreekbaar zijn
  • internationaal toonaangevend zijn op dierenwelzijn en dat willen blijven
  • evenwicht tussen de maatschappelijke zorg en de werkelijkheid vanuit het ondernemerschap

Over SRP

De Sectorraad Paarden (SRP) is een zelfstandige stichting die fungeert als aanspreekpunt en spreekbuis voor de paardensector richting overheid en behartigt daarbij de nationale en internationale belangen van de paardensector. De SRP fungeert als afstemmingsorgaan namens de sport, de fokkerij en de ondernemers.

Het bestuur bestaat uit voorzitters en afgevaardigden vanuit de sport (KNHS en NDR), de koepel fokkerij (27 stamboeken) en uit de ondernemersorganisaties (FNHO en LTO), zodat alle paardenorganisaties hierin vertegenwoordigd zijn.

De partijen streven naar een nauwere samenwerking om de collectieve belangenbehartiging in de paardensector van lokaal tot en met internationaal niveau zodanig te organiseren dat er sprake is van een duurzame ontwikkeling van de sector in al haar facetten.

Persbericht

Door succesvolle lobby van de SRP blijft BTW tarief voorlopig op 6%

Staatssecretaris de Jager van financiën is er van overtuigd dat het beter is eerst de ontwikkelingen in Europees verband af te wachten, in plaats van nu al eenzijdig de Nederlandse wetgeving te wijzigen. Dit betekent dat het wetsvoorstel en daarmee de btw-verhoging van 6 naar 19% op de verkoop van paarden min of meer op de lange baan wordt geschoven. De inspanningen van de lobby activiteiten van de SRP richting de tweede kamercommissie van financiën hebben tot nu toe dus het beoogde resultaat gehad, dit blijkt uit de nota die de Jager heeft opgesteld naar aanleiding van het verslag inzake de voorgenomen wetswijziging.

De SRP volgt nu de Europese ontwikkelingen in dit dossier, namelijk de inbreukprocedures en het oordeel van het Europese Hof van Justitie . Hiermee zal duidelijkheid ontstaan over de noodzaak van de wetswijziging. De Europese commissie heeft namelijk ook tegen 7 andere lidstaten een inbreukprocedure in werking gesteld. Deze lidstaten zullen hiertegen verweer voeren. Ondertussen blijft de SRP er voor zorgen dat het Ministerie van Financiën van goede argumenten voorzien blijft worden.

Het BTW-tarief is binnen de paardenhouderij al jaren een heikel punt. Enerzijds kennen we discussie over het toe te passen BTW-tarief bij de stalling van paarden. Anderzijds staat het verlaagde tarief bij de handel in paarden ter discussie.

De overheid stelde een wijziging van de wet op de omzet belasting voor. Deze houdt in dat vooral het verlaagde BTW-tarief niet mee van toepassing is op levering van alle soorten paarden. De aanleiding voor dit wetvoorstel is de in werking gezette inbreukprocedure tegen Nederland die in strijd is met de Europese BTW-richtlijn. De minister heeft het standpunt van de Europese Commissie overgenomen.

De SRP is het hier niet mee eens. Uiteraard moet Nederland de Europese BTW-richtlijn volgen, maar er zijn vragen over de inhoud van de interpretatie van de Europese BTW-richtlijn. Er wordt namelijk verschillend gedacht of paarden tot de categorie dieren horen die normaal bestemd zijn voor consumptie of gebruik in de landbouw. Ook andere EU-lidstaten kennen dezelfde wetgeving als die in Nederland. Er bestaat hierover nog geen Europese rechtspraak. De SRP zal zich blijven verzetten tegen een verhoogd BTW-tarief. Dit zou betekenen dat de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse paardenhouderij verslechterd.

Persbericht

Duidelijkheid over de eisen van het transport van paarden

Wetgeving Europa en Nederland

De EU heeft per 22 december verordening EG 1/2005 vastgesteld ten aanzien van de bescherming van dieren tijdens het transport en de daarmee samenhangende activiteiten. Het doel is ervoor te zorgen dat de dieren geen letsel oplopen of onnodig lijden, en dat tijdens het transport in de behoeften van de dieren wordt voorzien. Daarnaast is het een aanscherping van de vergunning- en controlemaatregelen betreffende het welzijn van dieren tijdens het transport en bij het dierentransport betrokken personen. Nationaal is de wettelijke basis van de EU- verordening opgenomen in de Gezondsheids- en Welzijnswet voor Dieren artikelen 59, 59 a, eerste en vijfde lid, 94 (voor de retributies) en daarmee samenhangend de Regeling Dierenvervoer 2007 van 15 december 2006.

Er is veel onduidelijkheid bij paardenhouders wie wel en wie niet onder de EU transportverordening vallen. Intensief overleg tussen Sectorraad Paarden (SRP) en het ministerie van LNV heeft geresulteerd in de volgende interpretatie van de EU transportverordening voor de paardenhouderij. Deze interpretatie zal verder gehanteerd worden in Nederland, o.a. door de AID/VWA bij controles op transport van paarden.

Vragen

Aan de hand van onderstaande vragen kunt u bepalen welke voorschriften op uw paardentransport van toepassing zijn. Deze vragen zijn ook weergegeven in een overzichtelijk stroomschema in bijlage 1.

Vraag 1:

Stap 1. Vindt het transport plaats in het kader van een economische activiteit? Kortom, is er geld mee gemoeid ?

  • Ja à Ga verder met stap 2 van vraag 1.
  • Nee à De transportverordening is NIET van toepassing.

Het verder doorlopen van de vragen is niet meer van toepassing.

Stap 2. Vindt het transport rechtstreeks plaats ten behoeve van een diergeneeskundige behandeling, tentoonstelling, keuring, wedstrijd of evenement op cultureel of sportief gebied?

  • Ja à De transportverordening is NIET van toepassing.

Het verder doorlopen van de vragen is niet meer van toepassing.

  • Nee à Ga door naar vraag 2.

Vraag 2:

Betreft het transport in één van de volgende categorieën?

 

1. Transport door paardenhouder t.b.v. seizoensgebonden verweiding;

2. Transport van eigen dieren door paardenhouder over een afstand kleiner dan 50 kilometer;

3. 2 Paarden/pony’s of minder.

§ Ja à De transportverordening is NIET van toepassing. Er moet WEL voldaan worden aan de algemene beginselen in artikel 3, zie bijlage 3. Dit houdt in dat transport geen letsel of onnodig lijden tot gevolg mag hebben, dieren en transportmiddelen moeten geschikt zijn voor transport en de dieren moeten voldoende zorg krijgen.

Het verder doorlopen van de vragen is niet meer van toepassing.

§ Nee à Ga door naar vraag 3.

Vraag 3:

Wat voor diersoort wordt getransporteerd?

Bij deze vraag moet men een keuze maken in het soort dier dat wordt getransporteerd. Men kan kiezen uit de volgende categorieën:

1. Als landbouwhuisdier gehouden runderen, schapen, geiten, varkens en niet geregistreerde eenhoevigen (paarden/pony’s);

2. Pluimvee;

3. Overige diersoorten.

Door deze vraag te beantwoorden heeft men gekozen voor normen waar men aan moet voldoen bij het beantwoorden van de volgende vraag uit het stroomschema.

Vraag 4:

Over welke afstand of voor welke tijd wordt het dier (of de dieren) getransporteerd?

Afstand en tijdsduur van het transport bepalen welke voorschriften van toepassing zijn op het betreffende transport:

1. Transport korter dan 65 kilometer;

Er moet voldaan worden aan de technische voorschriften welke duidelijk worden in bijlage 2 en aan de vervoersdocumenten zoals deze staan vermeld in artikel 4, bijlage 4.

2. Transport langer dan 65 kilometer maar korter dan 8 uur;

Er moet voldaan worden aan de normen uit punt 1 en daarnaast is het verplicht om als vervoerder een vervoersvergunning te hebben, een getuigschrift van vakbekwaamheid van de chauffeur en voldoende opleiding van het overige personeel.

3. Transport langer dan 8 uur;

Normen en verplichten zoals ze genoemd zijn bij punt 1 en 2. Daarnaast is een certificaat van goedkeuring van het transportmiddel verplicht. Verder dient de chauffeur de rij- en rusttijden en beladingsnorm in acht te nemen, een reisjournaal bij te houden en zich te houden aan registratie via het navigatiesysteem.

Aanvullingen:

Een vergunning hoort bij de vervoerder, een getuigschrift bij de chauffeur en een certificaat bij het transportmiddel.

Alle transporten van paarden vallen onder wetgeving met betrekking tot welzijn van dieren tijdens transporten. Het criterium winst is hierbij niet van belang.

Voorbeelden:

Hieronder volgen enkele voorbeelden ter verduidelijking van de hierboven genoemde voorschriften en normen met betrekking tot transport. De voorbeelden worden doorlopen aan de hand van het stroomschema uit bijlage 1.

Voorbeeld A:

Transport van een eigen paard naar een wedstrijd.

Vraag 1 uit het stroomschema

Stap 1. Is er sprake van transport in het kader van een economische activiteit? Kortom, is er geld mee gemoeid?

  • Ja à (er is geld te verdienen met een wedstrijd) Ga door naar stap 2.

Stap 2. Vindt het transport rechtstreeks plaats ten behoeve van een diergeneeskundige behandeling, tentoonstelling, keuring, wedstrijd of evenement op cultureel of sportief gebied?  

  • Ja à De transportverordening is NIET van toepassing.

EXTRA: Alhoewel er vaak geld gemoeid is (economische activiteit) met het transport van paarden/pony’s naar wedstrijden, is besloten om deze niet onder de transportverordening te laten vallen.

EXTRA: Als het transport wordt uitgevoerd door de paardenhouder (of personeel) zelf dan valt het niet onder de transportverordening. Wanneer dit wordt uitgevoerd door een commercieel bedrijf, valt dit uitdrukkelijk wel onder de transportverordening.

Voorbeeld B:

Transport van een paard van derden naar een wedstrijd.

Vraag 1 uit het stroomschema

Stap 1. Is er sprake van transport in het kader van een economische activiteit? Kortom, is er geld mee gemoeid?

  • Ja à (er is geld te verdienen met een wedstrijd) Ga door naar stap 2.

Stap 2. Vindt het transport rechtstreeks plaats ten behoeve van een diergeneeskundige behandeling, tentoonstelling, keuring, wedstrijd of evenement op cultureel of sportief gebied?  

  • Ja à De transportverordening is NIET van toepassing.

EXTRA: Alhoewel er vaak geld gemoeid is (economische activiteit) met het transport van paarden/pony’s naar wedstrijden, is besloten om deze niet onder de transportverordening te laten vallen.

EXTRA: Als het transport wordt uitgevoerd door de paardenhouder (of personeel) zelf dan valt het niet onder de transportverordening. Wanneer dit wordt uitgevoerd door een commercieel bedrijf, valt dit uitdrukkelijk wel onder de transportverordening.

Voorbeeld C:

Transport van een paard van een derde ten behoeve van de verkoop .

Vraag 1 uit het stroomschema

Stap 1. Is er sprake van transport in het kader van een economische activiteit? Kortom, is er geld mee gemoeid?

  • Ja à Ga door naar stap 2 van vraag 1.

Stap 2. Vindt het transport rechtstreeks plaats ten behoeve van een diergeneeskundige behandeling, tentoonstelling, keuring, wedstrijd of evenement op cultureel of sportief gebied?  

  • Nee à Ga door naar vraag 2 van het stroomschema.

Vraag 2 uit het stroomschema

Betreft het transport in één van de volgende categorieën?

– Transport door paardenhouder ten behoeve van seizoensgebonden

verweiding;

– Transport van eigen dieren door paardenhouder over een afstand

kleiner dan 50 kilometer;

– 2 paarden/pony’s of minder.

  • Ja à Het transport valt NIET onder de transportverordening. Er moet wel voldaan worden aan de algemene beginselen in artikel 3, zie bijlage 3. Dit houdt in dat transport geen letsel of onnodig lijden tot gevolg mag hebben, dieren en transportmiddelen moeten geschikt zijn voor transport en de dieren moeten voldoende zorg krijgen.

EXTRA: Mocht het bijvoorbeeld gaan om transport van meer dan 2 paarden ten behoeve van de verkoop, en ook niet aan de andere categorieën uit vraag 2 wordt voldaan, dan is het antwoord op vraag 2 ‘nee’ en kan het stroomschema verder doorlopen worden. Dan blijkt dat het transport wel onder de verordening valt.

EXTRA: Als het transport wordt uitgevoerd door de paardenhouder (of personeel) zelf dan valt het niet onder de transportverordening. Wanneer dit wordt uitgevoerd door een commercieel bedrijf, valt dit uitdrukkelijk wel onder de transportverordening.

Voorbeeld D:

Vervoer van eigen paarden van weide naar opfokstal.

Vraag 1 uit het stroomschema

Stap 1. Is er sprake van transport in het kader van een economische activiteit? Kortom, is er geld mee gemoeid?

  • Ja à Ga door naar stap 2 van vraag 1.

Stap 2. Vindt het transport rechtstreeks plaats ten behoeve van een diergeneeskundige behandeling, tentoonstelling, keuring, wedstrijd of evenement op cultureel of sportief gebied?

  • Nee à Ga door naar vraag 2 van het stroomschema.

Vraag 2 uit het stroomschema

Betreft het transport in één van de volgende categorieën?

– Transport door paardenhouder ten behoeve van seizoensgebonden

verweiding;

– Transport van eigen dieren door paardenhouder over een afstand

kleiner dan 50 kilometer;

– 2 paarden/pony’s of minder.

  • Ja à Het transport valt NIET onder de transportverordening. Er moet wel voldaan worden aan de algemene beginselen in artikel 3, zie bijlage 3. Dit houdt in dat transport geen letsel of onnodig lijden tot gevolg mag hebben, dieren en transportmiddelen moeten geschikt zijn voor transport en de dieren moeten voldoende zorg krijgen.
  • Nee à Ga verder naar vraag 3 uit het stroomschema.

Vraag 3 uit het stroomschema

Wat voor diersoort wordt er getransporteerd?

Het transport van paarden/pony’s zal doorgaans vallen onder ‘overige diersoorten’. Ga verder naar vraag 4 uit het stroomschema.

Vraag 4 uit het stroomschema

Over welke afstand of voor welke tijd wordt het dier (of de dieren) getransporteerd?

Door hier een afstand en tijd in te vullen voor het transport, zal u in het stroomschema kunnen aflezen wat de eisen en normen voor het desbetreffende transport zijn. Het transport valt WEL onder de transportverordening.

EXTRA: Als het transport wordt uitgevoerd door de paardenhouder (of personeel) zelf dan valt het niet onder de transportverordening. Wanneer dit wordt uitgevoerd door een commercieel bedrijf, valt dit uitdrukkelijk wel onder de transportverordening.

 

Voorbeeld E:

Een eigenaar brengt zelf 3 paarden naar het vliegveld (afstand is groter dan 50 km) voor export.

Vraag 1 uit het stroomschema

Stap 1. Is er sprake van transport in het kader van een economische activiteit? Kortom, is er geld mee gemoeid?

  • Ja à Ga door naar stap 2 van vraag 1.

Stap 2. Vindt het transport rechtstreeks plaats ten behoeve van een diergeneeskundige behandeling, tentoonstelling, keuring, wedstrijd of evenement op cultureel of sportief gebied?

  • Nee à Ga door naar vraag 2 van het stroomschema.

Vraag 2 uit het stroomschema

Betreft het transport in één van de volgende categorieën?

– Transport door paardenhouder ten behoeve van seizoensgebonden

verweiding;

– Transport van eigen dieren door paardenhouder over een afstand

kleiner dan 50 kilometer;

– 2 paarden/pony’s of minder.

  • Nee à Ga verder met vraag 3 uit het stroomschema.

Vraag 3 uit het stroomschema

Wat voor diersoort wordt er getransporteerd?

Het transport van paarden/pony’s zal doorgaans vallen onder ‘overige diersoorten’. Ga verder naar vraag 4 uit het stroomschema.

Vraag 4 uit het stroomschema

Over welke afstand of voor welke tijd wordt het dier (of de dieren) getransporteerd?

Door hier een afstand en tijd in te vullen voor het transport, zal u in het stroomschema kunnen aflezen wat de eisen en normen voor het desbetreffende transport zijn. Het transport valt WEL onder de transportverordening.

EXTRA: Als dezelfde eigenaar bijvoorbeeld 2 paarden naar het vliegveld brengt voor export dan zal bij vraag 2 het antwoord ‘ja’ gegeven worden en valt het transport NIET onder de transportverordening. Er moet dan wel voldaan worden aan de algemene beginselen in artikel 3, zie bijlage 3. Dit houdt in dat transport geen letsel of onnodig lijden tot gevolg mag hebben, dieren en transportmiddelen moeten geschikt zijn voor transport en de dieren moeten voldoende zorg krijgen. Ditzelfde geldt wanneer deze eigenaar bijvoorbeeld 3 paarden transporteert naar het vliegveld maar met een afstand kleiner dan 50 kilometer.

EXTRA: Als het transport wordt uitgevoerd door de paardenhouder (of personeel) zelf dan valt het niet onder de transportverordening. Wanneer dit wordt uitgevoerd door een commercieel bedrijf, valt dit uitdrukkelijk wel onder de transportverordening.

Twee voor twaalf voor aanpak Afrikaanse Paarden Pest

Datum: 10 september 2008

Studiedag SRP over aanpak besmettelijke dierziekten bij paarden:

Het is niet de vraag of de paardensector te maken krijgt met besmettelijke paardenziekten, maar wanneer. “Morgen kan het hier zijn”, aldus Marianne Sloet van de Universiteit Utrecht, departement Gezondheidszorg Paard. Voor de paardensector in Nederland zal dit een groot drama betekenen. “Bijna alles gaat op slot en met een sterftepercentage tot circa 95 procent zal niet alleen financieel en economisch sprake zijn van een grote ramp, maar vooral ook emotioneel”. Voor een adequate aanpak van dit desastreuze scenario -waarvoor tot nu toe geen paard te verzekeren is- is het volgens de diverse deskundigen al twee voor twaalf geweest.

Aanpak van de bestrijding van besmettelijke dierziekten laat geen ruimte voor uitstel. Liever vandaag dan morgen zullen overheid (LNV) en sector (SRP en de hierin samenwerkende partijen) de handen ineen moeten slaan om tot een preventief diergezondheidsbeleid te komen. Ieder zal daarbij zijn eigen verantwoording moeten durven nemen. Niet alleen beleidsmatig, maar ook financieel. Deze conclusie kwam woensdag in Ermelo tijdens de ‘Studiedag besmettelijke dierziekten’ van de Sectorraad Paarden (SRP) als een rode draad naar voren. De studiedag was een initiatief van de SRP op het gebied van diergezondheid en dierenwelzijn.

Doel van de SRP-studiedag was om een bewustwordingsproces in gang te zetten over de dreiging, de risico’s en de gevolgen van besmettelijke dierziekten in de paardenhouderij. Om de noodzaak hiervan in de praktijk nog eens extra te benadrukken, verwoordde Sjaar van Beek, voorzitter van de vakgroep Schapen en Geiten van LTO Nederland, met welke mega-problemen de schapenhouderij in Nederland de afgelopen twee jaar is geconfronteerd door de plotselinge en niet-verwachte komst van Blue tongue. Het heeft deze sector al miljoenen euro’s gekost. Toch lijkt door een nauwe samenwerking met het ministerie van LNV het tij gekeerd te zijn en is door een grootschalige vrijwillige vaccinatie een passend bestrijdingsprogramma tot stand gekomen. Enerzijds door en op initiatief van de schapenhouderij als sector, anderzijds door de inzet van LNV, zowel nationaal als internationaal.

SRP-werkgroepvoorzitter Jaap Werners maakte ook nog eens duidelijk dat een aanpak van besmettelijke paardenziekten alleen mogelijk is als het ministerie van LNV hierin haar verantwoording neemt. Afrikaanse Paarden Pest is als bestrijdingsplichtige ziekte hierin dreiging nummer één, maar ook het West Nile Virus en Infectieuze Anemie kunnen hierbij in één adem worden genoemd. De problematiek moet op de nationale en internationale agenda worden gezet om – daar waar nodig – met een passend vaccinatiebeleid preventief aan de slag te kunnen gaan.

Vanuit de schapenhouderijsector wordt echter ook duidelijk, dat de paardensector voor een belangrijk deel zelf de regie in handen moet blijven houden. Drempelvrees om zaken te veranderen moet aan de kant worden gezet. Op zeer korte termijn zal de I&R problematiek moeten worden opgelost. “Vooral de ‘I’ doogt geen uitstel meer; we moeten weten hoeveel paarden en pony’s er in Nederland zijn. Daarna komt de ‘R’ wel”, aldus Marianne Sloet. Zij pleit dan ook voor keiharde maatregelen om tot een sluitend identificatiesysteem – aan en afmelden – te komen. “Slachten zonder paspoort en/of chip mag niet meer mogelijk zijn. Afvoer van kadavers door Rendac moet ook alléén mogelijk zijn met chip en/of paspoort. Met andere woorden ieder paard moet bij afvoer of export bekend zijn”. Een standpunt dat door de SRP wordt gedeeld en ondersteund.

Het ministerie van LNV zal hiervoor samen met de sector een convenant met diverse partijen moeten gaan sluiten. Wellicht meerdere. “Daarnaast kan bij de bestrijding van besmettelijke dierziekten een Convenant Diergezondheidsfonds tussen en LNV en de sector de basis vormen voor een adequate aanpak. De schapenhouderij, maar ook de rundvee, varkens en pluimveesectoren hebben dat al over twee periodes van vijf jaar in samenwerking met LNV aangetoond” , aldus Toon van Hoof van LTO-Nederland. De uitdaging voor de paardenhouderij is daarbij in zijn ogen vierledig: in de eerste plaats een sluitende I&R (elektronisch) realiseren, het opstellen van een agenda met prioriteiten diergezondheid, opzetten monitoring, en preventieve maatregelen toepassen in een sector met zeer veel wisselende contacten. “Kan niet en mag niet bestaat daarbij niet. Het is slechts een kwestie van tijd dat met behulp van de elektronica, chips en andere nieuwe ontwikkelingen ieder dier op ieder moment kan worden gevolgd. Eerste voorwaarde is echter wel een sluitende identificatie”.