Gids voor Goede Praktijken
Op 30 augustus 2011 heeft de Sectorraad Paarden de Gids voor Goede Praktijken aangeboden aan staatssecretaris Bleker van Economie, Landbouw en Innovatie.
De Gids voor Goede Praktijken bevat de uitwerking van de 12 richtlijnen voor paardenhouders die in april 2011 zijn aangeboden aan de staatssecretaris.
12 richtlijnen voor paardenhouders:
a. Voeding:
1. Adequate voeding afgestemd op het individuele dier. Dit wil zeggen, voldoende voeding van goede kwaliteit.
- Vrije toegang tot voldoende schoon drinkwater.
- Tenminste tweemaal daags voldoende ruwvoer aanbieden, tenzij er sprake is van beweiding in een wei met voldoende gras.
b. Huisvesting en beweging:
2. Boxoppervlakte voor individuele huisvesting is minimaal (2xstokmaat)2 voor pony's kleiner dan 1,56m. De boxoppervlakte is minimaal 10m2 voor paarden >1,56m. Per 1 januari 2012 wordt deze standaard opgenomen bij toetsing van aanvragen voor nieuw- en verbouw van stallen. Er geldt een overgangsperiode van 15 jaar voor bestaande stallen om per 1 januari 2027 boxmaten aangepast te hebben.
- De oppervlakte van de box voor hoogdrachtige merries voor tijdens het veulenen en voor een merrie met een veulen is minimaal 12 m2 tenzij er minimaal 8 uur weidegang per dag wordt toegepast.
- Stands, waarin paarden permanent aangebonden worden gehouden, uitfaseren en per 1 januari 2017 verbieden. Paarden die voor korte tijd worden aangebonden met als doel hoefverzorging, het verrichten van medische handelingen of tijdens pauze bij (buiten) ritten en evenementen/wedstrijden worden in het voorgaande niet meegenomen.
3. Beweging. Paarden in individuele huisvesting krijgen dagelijks minimaal 4 uur
beweging buiten de box, tenzij dit niet mogelijk is door ziekte of gebrek.
4. Lichthoeveelheid in stallen is minimaal 80 lux gedurende 8 uur per dag.
5. Stallen en weides zijn deugdelijk en veilig. Er zijn geen uitsteeksels of andere zaken waaraan een paard zich zou kunnen verwonden.
- De sector vindt dat het gebruik van prikkeldraad voor paardenweides verboden moet worden. De Stichting Veilige Paardensport neemt dit op in het keuringsprotocol van het veiligheidscertificaat per 1 januari 2013.
- Er is een schuilgelegenheid aanwezig voor paarden die dag en nacht buiten verblijven (schuilstal of bossage in de vorm van bomen of struiken).
c. Gezondheid:
6. Adequate preventie en behandeling tegen ziektes of aandoeningen zoals vaccineren en ontwormen.
- Aantekening in het paspoort bij behandelingen die van belang zijn bij uitoefening in de sport.
- Zieke en/of kreupele paarden moeten de mogelijkheid hebben lijfelijk te worden afgezonderd van andere paarden.
- Het belasten van het jonge paard geschiedt met mate en aangepast aan de leeftijd. De samenwerkende partijen in de SRP stellen in hun reglementen leeftijdsgrenzen vast.
- Verenigingen van beroepsgroepen (onder andere hoefsmeden en gebitsverzorgers) stellen eigen voorwaarden (certificering) voor lidmaatschap en oefenen controle uit op kwaliteit van de zorg.
- Het beslaan en bekappen van paarden gebeurt door een door de sector erkende hoefsmid.
- Paarden worden alleen door een door de sector erkende gebitsverzorger gecontroleerd en zo nodig behandeld.
- Het is verboden om tastharen volledig te verwijderen.
- Het is niet toegestaan om de haren aan de binnenzijde van de oorschelp af te scheren, omdat deze de uitwendige gehoorgang beschermen. Het is echter geen probleem als overmatig uitstekende haren worden afgeknipt.
7. Couperen. Deelname van paarden, geboren na 2004, met gecoupeerde staarten aan evenementen in Nederland is niet langer toegestaan, tenzij dit het gevolg is van een veterinair noodzakelijke ingreep.
8. Paardenmarkten mogen alleen gehouden worden als dit gebeurd conform het protocol (zie bijlage) dat opgesteld door de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD), Groep Geneeskunde Paard (GGP), SRP en Dierenbescherming.
d. Gedrag (sociaal contact):
9. Het houden van één paard is onwenselijk, tenzij dagelijks contact met één of meer soortgenoten mogelijk is.
10. Spenen gaat geleidelijk of spenen gebeurt in een groep van minimaal 2 veulens.
- Spenen gebeurt vanaf een leeftijd van 4 maanden.
- Opfokken gebeurt in een groep van minimaal 2 paarden.
11. Stereotype gedrag. Stereotype gedrag mag niet worden belemmerd, mits de gezondheid van het paard niet in het geding komt.
12. Zweepgebruik. Bovenmatig zweepgebruik is verboden. Zweepgebruik is toegestaan om het paard te corrigeren maar niet om te straffen.
De Gids voor Goede Praktijken is digitaal beschikbaar via http://www.nhk.nl/index_gids_goede_praktijken.php. Daar is tevens meer achtergrondinformatie te vinden over de inhoud van de Gids.
Klik hier voor de begeleidende brief gericht aan staatssecretaris Bleker
Klik hier voor de Gids voor Goede Praktijken
Klik hier voor het bijbehorende persbericht
Sitemap